Hoe kan men leren van herstructureringsprocessen in achterstandswijken? Het kenmerk van wijkvernieuwing is dat geen een proces hetzelfde verloopt. Een procesmanager die regelmatig bij wijkvernieuwingen betrokken is moet bij ieder proces opnieuw bekijken welke management tactieken het beste passen bij het nieuwe vraagstuk. Iedere wijk kent namelijk zijn eigen structurele problemen en heeft andere kansen waarop ingespeeld moet worden. Daarnaast kent de ene wijk een actieve groep bewoners en de andere wijk passieve en zullen deze zich anders gedragen. Keuzes en leerprocessen horen bij wijkvernieuwing, maar zijn deze keuzes en leerprocessen te vangen in een standaard draaiboek waarin kaders gesteld worden aan participatie en besluitvorming dat op iedere situatie toepasbaar is? De gemeenteraad van Den Bosch heeft aan de hand van een onderzoek naar het herstructureringsproces in Barten-Noord en Boschveld getracht een draaiboek op te stellen. Wijzelf denken dat een draaiboek met regels vooral zin heeft als er duidelijk de stappen in staan die doorlopen moeten worden, en wie in welke stap verantwoordelijk is voor continuïteit in het proces. Als dit helder is kan een draaiboek op veel situaties toegepast worden, mits er wel gerealiseerd wordt dat ieder proces een nieuw proces is met andere actoren die zich niet voorspelbaar gedragen. Interesse in de ideeën van de gemeente Den Bosch? Lees het artikel van Kei Kenniscentrum over de manier waarop de gemeente Den Bosch getracht heeft een draaiboek voor wijkvernieuwingen op te stellen:
Het onderzoeksbureau RIGO deed in 2004 onderzoek naar het herstructureringsproces in Barten-Noord, onderdeel van de andere prioritaire wijk van Den Bosch, waarna de gemeenteraad de conclusie trok dat zowel het stellen van kaders als de participatie en de besluitvorming volgens glasheldere draaiboeken moest verlopen. Zo’n draaiboek was er voor Boschveld zeker niet, stelt Gertjan Arts, hoofd Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw bij de gemeente Den Bosch. Het grote manco van het Boschveld-proces is dat niet steeds voldoende duidelijk is gemaakt, wie op welk moment – vanuit welke rol en verantwoordelijkheid – een stap in het proces zou moeten zetten. Bestuurders, ambtenaren en directies van de corporaties wisten elkaar wel te vinden, maar het proces werd onvoldoende expliciet aangestuurd door de raad en onvoldoende expliciet gevoed door signalen uit de wijk. Gebleken is dat burgerparticipatie tot essentiële wijzigingen leidde in de eerste versie van het masterplan van juli 2003.Naar aanleiding van deze opgedane ervaringen in Boschveld en het RIGO-onderzoek in Barten-Noord heeft Arts op persoonlijke titel een vijftal vuistregels opgesteld die van pas kunnen komen bij het opstellen van een draaiboek voor het vernieuwingsproces:
1. Hoe kleiner het plan, hoe strakker de interactie, hoe hoger het tempo; Bij een plan op een klein schaalniveau kun je recht op je doel af, weet je meteen met wie je het gesprek en de onderhandeling aan moet gaan en kun je tempo maken. Knip grote plannen daarom op in overzichtelijke deelplannen, waarbij de ambitie van het grote plan als richtinggevend kader dient.
2. Hoe hoger het tempo, hoe kleiner de verwarring;
Hoe langer het proces duurt, hoe groter de kans op verwarring over eerder gemaakte keuze over inhoud en proces.
3. Hoe noodzakelijker de ingreep, hoe gedoseerder de participatie;
Soms zijn er uitgangspunten die je niet ter discussie wilt stellen, nadat het College en de Raad en mogelijk ook andere partijen daarvoor de kaders hebben gesteld. Bijvoorbeeld sloop of verdichting. Daarover moet je geen discussie met bewoners en belanghebbenden voeren.
4. Hoe ontvankelijker de partijen, hoe explicieter het resultaat van interactie;
Dat geldt zeker als de partijen zicht kwetsbaar opstellen en begrip tonen voor elkaar posities en verantwoordelijkheden. Door daarover continu te communiceren, zullen partijen elkaar aangeven waar de een invloed heeft op de ander.
5. Hoe kleiner het vertrouwen tussen de partijen, hoe dikker het draaiboek.
Zelfs als het vertrouwen groot is, blijft het verstandig om minimale afspraken vast te leggen over te nemen stappen en het registeren van de resultaten, omdat processen vaak langer duren dan verwacht. Een goede registratie van proces en inhoudelijke voortgang zal alle betrokkenen de juiste basis bieden om vertrouwen te bestendigen en uit te bouwen.
(bron: Vitale Stad, april 2005)
Bij de ontwikkelingen rondom de verschillende wijkplannen voor Boschveld waren meerdere wijk- en buurtcomités actief. Bewonerscomite Coehoornplein, de Bewoners Adviesraad (BAR), de Wijkraad Boschveld en het Onafhankelijk Buurtplatform Boschveld (OBB). Ook diverse Verenigingen van Eigenaren waren bij de planvorming betrokken. Voor de gemeente was de vertegenwoordiging echter te versnipperd, aldus oud-wethouder Elly de Jonge. Een representatieve wijkraad waarin alle geledingen waren afgevaardigd ontbrak in de wijk.
Bron: KEI-kenniscentrum (www.kei-centrum.nl), artikelen uit het archief Boschveld
dinsdag 23 februari 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten